ECLI:NL:PHR:2009:BH5767
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling innerlijke tegenstrijdigheid in strafmotivering bij ontzegging rijbevoegdheid
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig zoals vereist volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het hof legde een hechtenis van twee weken op en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor zes maanden, waarvan de ontzegging voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
Namens de verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat het arrest innerlijk tegenstrijdig zou zijn omdat het hof enerzijds de ontzegging voorwaardelijk oplegde, maar anderzijds in de motivering een onvoorwaardelijke ontzegging passend achtte. De Hoge Raad constateert dat sprake is van een kennelijke misslag in de formulering van het hof en leest de motivering zodanig dat de ontzegging voorwaardelijk is bedoeld.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel geen feitelijke grondslag heeft en dat de strafoplegging in overeenstemming is met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor hetzelfde feit. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde hechtenis en voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid.