ECLI:NL:HR:2009:BH8595
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid en overschrijding redelijke termijn
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het eerste middel van cassatie werd door de Hoge Raad als geen middel in de zin van de wet beoordeeld en bleef daarom onbesproken. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van €240 en de mate van termijnoverschrijding zag de Hoge Raad echter geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden.
Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij ook de waarnemend griffier aanwezig was. De zaak betrof een strafzaak zonder dat inhoudelijk op de strafrechtelijke gronden werd ingegaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn.