ECLI:NL:PHR:2009:BH8595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks schending Duitse soevereiniteit bij aanhouding
De zaak betreft de cassatie tegen het vonnis waarbij verdachte werd veroordeeld voor het niet voldoen aan een wettelijk bevel. Verdachte werd aangehouden door Nederlandse marechaussees, deels op Duits grondgebied, zonder dat er een rechtshulpverzoek aan Duitsland was gedaan. De verdediging voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat hoewel mogelijk de Duitse soevereiniteit is geschonden, dit geen schending van rechten van verdachte inhoudt die tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. De schending was beperkt en had geen nadelige gevolgen voor de verdachte. Verder is het belang van Duitsland bij respect voor zijn soevereiniteit een zelfstandig belang waarop verdachte zich niet kan beroepen.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad bezwaren tegen de rechtsgeldigheid van een noodverordening van de burgemeester van Onderbanken en de bekrachtiging daarvan door de Commissaris van de Koningin. De Hoge Raad bevestigt dat de bekrachtiging geen besluit van algemene strekking is en dat de bekendmakingregels van de Awb niet van toepassing zijn. Ook het bezwaar tegen de mandatering van de ondertekening wordt verworpen omdat de beslissing door de Commissaris zelf is genomen en slechts namens hem is ondertekend.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het hof en de politierechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.