ECLI:NL:HR:2009:BH8598
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijke middelen en overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het eerste middel werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet voldeed aan de wettelijke eisen voor middelen van cassatie. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240,- en de mate van overschrijding, werd echter geen rechtsgevolg aan deze overschrijding verbonden.
De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen en het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, uitgesproken op 26 mei 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.