ECLI:NL:HR:2009:BH8599
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende middelen en overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het eerste middel en oordeelt dat dit geen middel is als bedoeld in de wet, waardoor het onbesproken blijft.
De overige middelen van cassatie worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarnaast beoordeelt de Hoge Raad ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, geconstateerd na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van €240,- en de mate van termijnoverschrijding, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde voorwaardelijke geldboete blijft gehandhaafd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.