ECLI:NL:PHR:2009:BH8599
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor niet voldoen aan wettelijk bevel ondanks grensoverschrijding
Verdachte werd op Nederlands grondgebied aangehouden door leden van de Koninklijke Marechaussee en vervolgens vervoerd naar een plaats van ophouding in Nederland. Tijdens dit traject bevond verdachte zich enige tijd op Duits grondgebied, waar beperkte onderzoekshandelingen werden verricht. Verdachte stelde dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De politierechter en het gerechtshof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van de Duitse soevereiniteit, indien al aanwezig, niet bedoeld is ter bescherming van verdachte en dat geen sprake was van een schending van diens recht op een eerlijke behandeling. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat niet-ontvankelijkverklaring slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is, namelijk bij ernstige inbreuk op beginselen van behoorlijke procesorde.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad over de rechtsgeldigheid van een noodverordening van de burgemeester van Onderbanken en de bekrachtiging daarvan door de Commissaris van de Koningin. De Hoge Raad stelt dat de bekrachtiging geen besluit van algemene strekking is en dat de bekendmakingregels van de Awb niet van toepassing zijn. Ook werd geoordeeld dat de ondertekening van het besluit door een kabinetschef zonder onderliggende mandaatregeling toelaatbaar was, omdat het besluit door de Commissaris zelf was genomen.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke geldboete wegens het niet voldoen aan een wettelijk bevel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke geldboete wegens het niet voldoen aan een wettelijk bevel.