ECLI:NL:HR:2009:BH8605
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het eerste middel en stelt vast dat dit niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor een middel van cassatie, waardoor dit middel onbesproken blijft.
De overige middelen van cassatie worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Daarnaast stelt de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, is overschreden omdat meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240,- en de mate van overschrijding, ziet de Hoge Raad echter geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden.
De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Deze uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken op 26 mei 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de redelijke termijn is overschreden zonder rechtsgevolg.