ECLI:NL:PHR:2009:BH8605
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens niet voldoen aan ambtelijk bevel ondanks grensoverschrijding
Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk niet voldoen aan een bevel van een ambtenaar belast met toezicht en opsporing. De zaak ontstond na een conflict over het kappen van bomen in Schinveld ten behoeve van een Duitse luchtmachtbasis, waarbij personen zich in het bos hadden verschanst en geweigerd hadden te vertrekken.
Verdachte werd aangehouden door Nederlandse Marechaussees en enige tijd op Duits grondgebied in een arrestantenvoertuig geplaatst, waar beperkte onderzoekshandelingen werden verricht. De verdediging voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De politierechter en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van de Duitse soevereiniteit zo beperkt was dat dit geen gevolgen voor de rechtsgang had. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en overweegt dat de schending van soevereiniteit geen schending van de rechten van verdachte opleverde die tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Daarnaast werd betoogd dat de noodverordening van de burgemeester niet rechtsgeldig was vanwege gebrekkige bekendmaking en onbevoegde ondertekening door de Commissaris van de Koningin. Ook deze middelen faalden, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat de bekrachtiging van de noodverordening geen besluit van algemene strekking is en dat mandatering van ondertekening in de gegeven omstandigheden toelaatbaar was.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van 240 euro wegens het niet voldoen aan een ambtelijk bevel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van 240 euro wegens het niet voldoen aan een ambtelijk bevel.