ECLI:NL:HR:2009:BH8662
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 31 maart 2009 uitspraak gedaan over een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was in voorlopige hechtenis en had beroep ingesteld tegen de opgelegde straf.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verlaging van de straf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze tot drie jaar en vier maanden.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatiefase meer dan twee jaar had geduurd. Dit leidde tot strafvermindering. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.