ECLI:NL:HR:2009:BH9288

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00222
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen bij overeenkomst van opdracht afgewezen door Hoge Raad

Eiser vorderde betaling van €9.893 van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde op grond van een overeenkomst van opdracht. De rechtbank wees de vordering af na comparitie van partijen. Eiser ging in hoger beroep, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens tot verwerping van het beroep.

Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van het Recreatieschap nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, van Schendel en uitgesproken door raadsheer Numann op 12 juni 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling van openstaande facturen blijft afgewezen.

Uitspraak

12 juni 2009
Eerste Kamer
09/00222
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
Het rechtspersoonlijkheid bezittende NATUUR- EN RECREATIESCHAP IJSSELMONDE,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Recreatieschap.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 30 november 2004 het Recreatieschap gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, het Recreatieschap te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.893,--, met rente en kosten.
Het Recreatieschap heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 14 september 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na tussenarrest van 10 juli 2007 waarbij [eiser] is toegelaten tot bewijslevering, heeft het hof bij eindarrest van 23 september 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Recreatieschap is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Recreatieschap begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.