ECLI:NL:HR:2009:BH9748
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling volgens art. 350 lid 3 onder c Fw
Verzoekers tot cassatie, beiden woonachtig te een woonplaats, waren betrokken bij een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Breda definitief was uitgesproken. Op verzoek van de bewindvoerder werd de toepassing van deze regeling tussentijds beëindigd bij vonnis van 12 februari 2008. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis bekrachtigde met aanpassing van de motieven.
Tegen het arrest van het hof werd vervolgens cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 8 mei 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.