ECLI:NL:PHR:2009:BH9748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
In deze zaak gaat het om de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Breda bij vonnis van 10 april 2007 op verzoekers van toepassing was verklaard. De bewindvoerster verzocht bij de rechtbank om beëindiging van de regeling, hetgeen bij vonnis van 12 februari 2008 werd toegewezen. Het hof 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 24 september 2008.
Verzoekers kwamen met een verzoekschrift in cassatie bij de Hoge Raad, waarin zij het arrest van het hof bestreden. Het hof had geoordeeld dat verzoekers hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren waren nagekomen dan wel de uitvoering van de regeling hadden belemmerd, waardoor tussentijdse beëindiging gerechtvaardigd was op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep omdat de gronden van het hof toereikend waren gemotiveerd en het cassatiemiddel onvoldoende concreet en onderbouwd was. Tevens wees de Hoge Raad erop dat artikel 350 lid 1 Fw Pro slechts regelt wie het verzoek tot beëindiging kan indienen, niet op welke gronden dit kan plaatsvinden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen.