ECLI:NL:HR:2009:BI0773
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep na herstel verzuim advocaat te stellen
In deze zaak ging het om de ontvankelijkheid van een cassatieberoep waarbij het oorspronkelijke verzoekschrift niet was ingediend of ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde vast dat dit gebrek in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Echter, de Hoge Raad keerde terug van eerdere rechtspraak en oordeelde dat het verzuim om een advocaat te stellen binnen de cassatieprocedure hersteld kan worden door binnen twee weken na ontvangst van het oorspronkelijke verzoekschrift alsnog een door een advocaat ondertekend exemplaar in te dienen. Dit herstel leidt ertoe dat de dag van indiening van het oorspronkelijke verzoekschrift geldt als de dag van aanbrenging van de zaak.
De Hoge Raad benadrukte dat de wetsgeschiedenis geen aanwijzing bevat dat de regeling van art. 281 Rv Pro. niet van toepassing zou zijn in cassatie, en dat het in het belang van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling is om verzoekers deze herstelmogelijkheid niet te onthouden.
De Hoge Raad verwierp het beroep omdat de klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen, maar stelde daarmee duidelijk dat herstel van het verzuim mogelijk is in cassatieprocedures.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid, ondanks herstel van het verzuim binnen de gestelde termijn.