ECLI:NL:HR:2009:BI1022
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening appeldagvaarding wegens onvoldoende motivering verblijfplaats verdachte
In deze zaak stond de geldigheid van de betekening van een appeldagvaarding centraal. De verdachte had bij het instellen van hoger beroep een adres opgegeven dat in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) was geregistreerd, maar door zijn emigratie achterhaald bleek te zijn. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, ondanks dat het adres niet actueel was.
De Hoge Raad stelde vast dat uit de aan haar toegezonden stukken niet bleek dat bij de betreffende gemeente navraag was gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de benodigde adresgegevens voor gerechtelijke mededelingen had opgegeven en of deze waren geregistreerd. Zonder deze navraag mag niet worden aangenomen dat de woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenland niet bekend is, ook al vermeldt de GBA dat hij is vertrokken.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd was en verklaarde de dagvaarding in hoger beroep nietig. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting of behandeling door een ander hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onvoldoende motivering over de verblijfplaats van de verdachte.