ECLI:NL:HR:2009:BI1134

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10598
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling geldlening na vernietiging hof

DLL heeft eiser gedagvaard en gevorderd tot betaling van een geldlening van €195.934,69 met rente en kosten. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiser tot betaling van €163.587,74. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie.

Deze uitspraak bevestigt de geldigheid van het vonnis van het hof en de veroordeling van eiser tot betaling aan DLL, waarmee de procedure in cassatie wordt afgesloten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

19 juni 2009
Eerste Kamer
07/10598
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
DE LAGE LANDEN FINANCIAL SERVICES B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en DLL.
1. Het geding in feitelijke instanties
DLL heeft bij exploot van 14 februari 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan DLL te betalen een bedrag van € 195.934,69, met rente en kosten.
[eiser] heeft de vordering bestreden en, in voorwaardelijke reconventie, tegenvorderingen ingesteld.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gehouden, bij vonnis van 2 juni 2004 de vorderingen in conventie afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft DLL hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam en, bij pleitnota tevens akte tot wijziging van eis, gevorderd dat de rechtbank [eiser] zal veroordelen tot betaling aan DLL van een bedrag van € 167.172,22. [eiser] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 15 maart 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan DLL te voldoen een bedrag van € 163.587,74.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
DLL heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DLL begroot op € 4.981,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 juni 2009.