ECLI:NL:HR:2009:BI1253
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid heffing leges voor tijdelijke vrijstelling bestemmingsplan
Belanghebbende had een aanvraag ingediend voor een tijdelijke vrijstelling van het bestemmingsplan, nadat zij was verhuisd naar een recreatiewoning waarvoor permanente bewoning verboden was. De gemeente Lochem bracht leges in rekening voor de behandeling van deze aanvraag. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar het legesbedrag, maar het Hof Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde het heffingsbesluit.
De Hoge Raad stelt vast dat het verzoek tot vrijstelling van het bestemmingsplan in overwegende mate ziet op een individueel belang van belanghebbende en dat de werkzaamheden van het gemeentebestuur bij de beoordeling daarvan als een dienst kunnen worden aangemerkt. Hierdoor is het heffen van leges op grond van de gemeentelijke legesverordening gerechtvaardigd.
Het hof had ten onrechte geoordeeld dat geen sprake was van een verrichte dienst en dat het publieke belang gelijkwaardig was aan het individuele belang. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart het beroep van het College gegrond, waarbij het legesbedrag van €314 gehandhaafd blijft.
De Hoge Raad wijst erop dat het feit dat belanghebbende de vrijstelling op het moment van verlening niet meer nodig had en de duur van de procedure niet relevant zijn voor de verschuldigdheid van leges. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat leges geheven mogen worden voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot tijdelijke vrijstelling van het bestemmingsplan en handhaaft het legesbedrag van €314.