ECLI:NL:HR:2009:BI1368
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring wegens onvoldoende motivering feiten en omstandigheden in cocaïnehandelzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake deelname aan een criminele organisatie die grote hoeveelheden cocaïne smokkelde van Venezuela naar Nederland.
De verdachte werd onder meer verweten in de periode van oktober 2003 tot januari 2004 cocaïne binnen Nederland te hebben gebracht en deel te nemen aan een criminele organisatie. Het hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van de verdachte en medeverdachten, politieprocessen-verbaal, en forensische rapporten waaruit cocaïne werd vastgesteld.
Echter, de Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende nauwkeurig heeft aangegeven op welke wettige bewijsmiddelen het zich baseerde bij het aannemen van bepaalde feiten en omstandigheden die niet expliciet in de bewijsmiddelen waren vermeld. Hierdoor is de bewezenverklaring voor het eerste feit niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op het eerste feit en de strafoplegging, wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting, en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren op 7 juli 2009.
Uitkomst: De bewezenverklaring en strafoplegging voor het eerste feit worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.