ECLI:NL:HR:2009:BI1424
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en tot strafvermindering naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twee jaren naar één jaar en tien maanden. De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer op 16 juni 2009, waarbij de vice-president van Dorst als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Sterk het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot één jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.