ECLI:NL:HR:2009:BI3453

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11616
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering beroepsaansprakelijkheid advocaat

Eiser heeft LAR, zijn voormalige rechtsbijstandverlener, gedagvaard wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees de vordering af, welke beslissing door het gerechtshof werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, aangezien deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding, waarmee de eerdere beslissingen stand hielden en LAR niet aansprakelijk werd gehouden voor de vermeende beroepsfout.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering wegens beroepsaansprakelijkheid wordt afgewezen.

Uitspraak

10 juli 2009
Eerste Kamer
07/11616
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
L.A.R. RECHTSBIJSTAND N.V.,
gevestigd te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en LAR.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 23 april 2004 LAR gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat LAR toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichting tot het verlenen van rechtsbijstand en LAR voorts te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat.
LAR heeft de vordering bestreden.
Na tussenvonnissen van 14 juli 2004 en 22 december 2004, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 11 mei 2005 de vordering afgewezen.
Tegen de vonnissen van 22 december 2004 en 11 mei 2005 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 27 maart 2007 heeft het hof de bestreden vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen LAR is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van LAR begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.