ECLI:NL:HR:2009:BI3456

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04311
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 358a FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontneming van schone lei wegens verzwegen vermogen in schuldsaneringsregeling

Bewindvoeringen Oost Nederland B.V. verzocht de rechtbank Zwolle-Lelystad om aan verzoeker de schone lei te ontnemen op grond van artikel 358a Faillissementswet, omdat verzoeker had verzwegen dat hij voor toelating tot de schuldsaneringsregeling een bedrag van €90.756,04 had ontvangen.

De rechtbank wees dit verzoek toe en bepaalde dat artikel 358, eerste lid, Faillissementswet niet langer op verzoeker van toepassing was. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis bekrachtigde.

Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. Hiermee bleef de ontneming van de schone lei in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en de ontneming van de schone lei blijft van kracht.

Uitspraak

26 juni 2009
Eerste Kamer
08/04311
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 mei 2008 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft Bewind-voeringen Oost Nederland B.V. zich gewend tot die rechtbank en verzocht om [verzoeker] de schone lei als bedoeld in art. 358a Fw te ontnemen. Aanleiding voor het verzoek is dat na de toekenning van de schone lei aan de schuldenaar is gebleken dat de schuldenaar heeft verzwegen dat hij voor de datum van toelating tot de schuldsaneringsregeling een geldbedrag van € 90.756,04 heeft ontvangen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 7 juli 2008 bepaald dat artikel 358, eerste lid, Faillissementswet ten aanzien van de schuldenaar verder geen toepassing vindt.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 2 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 juni 2009.