ECLI:NL:HR:2009:BI3853
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens schending ambtsgeheim en wettelijke geheimhoudingsplicht
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2006, waarin verdachte werd veroordeeld voor schending van het ambtsgeheim en de wettelijke geheimhoudingsplicht.
Het cassatieberoep werd ingediend door verdachte en behandeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling speelden.
Hoewel de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, achtte de Hoge Raad dit niet aanleiding om het oordeel over de overschrijding met rechtsgevolgen te verbinden, gelet op de opgelegde geldboete en subsidiair de hechtenis.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 7 juli 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens schending van ambtsgeheim en geheimhoudingsplicht blijft in stand.