ECLI:NL:PHR:2009:BI3853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schending ambtsgeheim door raadsgriffier ondanks vertrouwelijkheid
In deze zaak stond de vraag centraal of een raadsgriffier gerechtigd is tot kennisneming van vertrouwelijke informatie die aan fractievoorzitters van de gemeenteraad was gericht. De verdachte, raadsgriffier, had geheime informatie geopenbaard die expliciet als vertrouwelijk was aangemerkt en alleen aan fractievoorzitters was gericht.
Het hof veroordeelde verdachte tot een geldboete wegens opzettelijke schending van het ambtsgeheim en de wettelijke geheimhoudingsplicht. De verdediging stelde dat de raadsgriffier als ambtelijk secretaris van de raad gerechtigd was tot deze informatie, maar dit verweer werd door het hof en de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat de raadsgriffier, hoewel hij de raad ondersteunt, onder het gezag van de raad staat en formeel en functioneel losstaat van de gewone ambtelijke organisatie. De geheimhoudingsplicht blijft ook voor de raadsgriffier gelden. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en constateerde tevens een schending van de redelijke termijn, zonder dat dit gevolgen had voor de strafoplegging.
Uitkomst: Veroordeling van verdachte tot een geldboete van €400 wegens schending van het ambtsgeheim.