ECLI:NL:HR:2009:BI4195

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00354
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verdeling huwelijksgoederen en toepasselijk recht huwelijksvermogensregime

De vrouw verzocht bij de rechtbank 's-Gravenhage echtscheiding uit te spreken en een nevenvoorziening voor het voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel. De man bestreed dit en vroeg tevens verdeling van de gemeenschap. De rechtbank wees de echtscheiding toe en bepaalde dat de vrouw een bedrag van €30.319,18 aan de man moest voldoen met betrekking tot de verdeling van het appartement. De rechtbank wees verder de door de man verzochte verdeling van onroerende zaken af en bepaalde de toebedeling van huwelijksaanbrengingen zonder vergoeding.

De man ging in hoger beroep bij het hof, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde voor zover het bedrag van €30.319,18 betrof en dit verhoogde naar €53.319,18 ten gunste van de man. Voor het overige werd de beschikking bekrachtigd. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking.

De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beschikking van het hof over de verdeling van het huwelijksvermogen.

Uitspraak

10 juli 2009
Eerste Kamer
08/00354
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats] Spanje,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats] Spanje,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 september 2003 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken met een nevenvoorziening strekkende tot het voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel.
De man heeft het verzoek bestreden en een verweerschrift tevens zelfstandig verzoek ingediend met onder andere een nevenvoorziening tot verdeling van de gemeenschap.
De rechtbank heeft, na mondelinge behandelingen en echtscheiding te hebben uitgesproken, bij beschikking van 13 december 2005 bepaald dat de vrouw aan de man ter zake van verdeling van de opbrengst van het appartement te [plaats] dient te voldoen een bedrag van € 30.319,18, de door de man verzochte verdeling dan wel verrekening ter zake van de onroerende zaken dan wel de verkoopopbrengst daarvan afgewezen en een deel van de verdeling van de inboedelgoederen als volgt vastgesteld:
* aan de man worden - zonder nadere vergoeding aan de vrouw - toebedeeld de door de man ten huwelijk aangebrachte goederen zoals vermeld in de aan de huwelijkse voorwaarden gehechte lijst van huwelijksaanbrengsten en;
* aan de vrouw worden - zonder nadere vergoeding aan de man - toebedeeld de door de vrouw ten huwelijk aangebrachte goederen zoals vermeld in de aan de huwelijkse voorwaarden gehechte lijst van huwelijksaanbrengsten.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel appel ingesteld.
Bij beschikking van 24 oktober 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd voor zover ter zake van verdeling van de opbrengst van het appartement te [plaats] is bepaald dat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 30.319,18 en, in zoverre opnieuw beschikkende, bepaald dat de vrouw ter zake de verdeling van het appartement € 53.319,18 aan de man dient te voldoen en de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht de beschikking van het hof te bevestigen en de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieverzoek dan wel hem dit te ontzeggen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.