ECLI:NL:HR:2009:BI4196
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering in civiele zaak na hoger beroep
Eiseres heeft verweerder gedagvaard en gevorderd tot betaling van een bedrag van €75.466 met rente en kosten. De rechtbank Arnhem wees de vordering af bij vonnis van 30 augustus 2006. Eiseres ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank op 23 oktober 2007 bekrachtigde.
Daarna stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De klachten die eiseres aanvoerde konden geen cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De uitspraak werd gedaan door raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels op 10 juli 2009. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.