ECLI:NL:HR:2009:BI4196

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01220
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering in civiele zaak na hoger beroep

Eiseres heeft verweerder gedagvaard en gevorderd tot betaling van een bedrag van €75.466 met rente en kosten. De rechtbank Arnhem wees de vordering af bij vonnis van 30 augustus 2006. Eiseres ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank op 23 oktober 2007 bekrachtigde.

Daarna stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De klachten die eiseres aanvoerde konden geen cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De uitspraak werd gedaan door raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels op 10 juli 2009. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

10 juli 2009
Eerste Kamer
08/01220
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 27 september 2005 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 75.466,--, met rente en kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 30 augustus 2006 aan [eiseres] haar vorderingen ontzegd.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 23 oktober 2007 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.766,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.