ECLI:NL:HR:2009:BI4699
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring hennepteelt
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk telen van 800 hennepplanten in een pand te 's-Gravenhage in de periode van 1 juli 2004 tot en met 12 januari 2005. Het hof had de verklaring van verdachte als bewijsmiddel opgenomen, waarin hij toegaf het pand te hebben onderverhuurd aan twee mannen, maar achtte deze verklaring in een nadere bewijsoverweging ongeloofwaardig.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen had omkleed, omdat het hof enerzijds de verklaring van verdachte als feit had vastgesteld, maar anderzijds deze verklaring ongeloofwaardig achtte zonder deze tegenstrijdigheid voldoende te motiveren. Hierdoor kon het arrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De zaak bevatte diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, verklaringen van de verhuurder en verdachte, en een rapportage over de hennepkwekerij. De motivering van het hof over de ongeloofwaardigheid van de verklaring van verdachte was echter onvoldoende om de bewezenverklaring te dragen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.