ECLI:NL:HR:2009:BI4732

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12574
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatieberoep ondanks overschrijding redelijke termijn

Op 7 juli 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 april 2007. Het beroep was ingesteld tegen de strafoplegging door het hof. De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, dat echter niet tot cassatie kon leiden.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafhoogte, maar de Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige. De Hoge Raad motiveerde dat het middel geen rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde straf van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, achtte de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep derhalve verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten, waarmee de strafoplegging definitief werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden blijft gehandhaafd.

Uitspraak

7 juli 2009
Strafkamer
nr. 07/12574
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 april 2007, nummer 20/002806-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie maanden waarvan een maand voorwaardelijk en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.