ECLI:NL:HR:2009:BI4741
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens niet-beslissing op aanhoudingsverzoek in strafzaak
In deze strafzaak stond een beroep in cassatie open tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte, destijds gedetineerd, had via zijn raadsvrouw een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak wegens ziekte tijdig naar het hof gefaxt.
De raadsheer van het hof had echter per e-mail aan de raadsvrouw meegedeeld dat het aanhoudingsverzoek hem niet tijdig had bereikt en dat, indien dit wel het geval was geweest, hij de zaak zou hebben aangehouden. Het hof heeft uiteindelijk niet beslist op het aanhoudingsverzoek. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het niet beslissen op dit verzoek nietigheid tot gevolg heeft.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten beslissen op het aanhoudingsverzoek en dat het nalaten daarvan het bestreden arrest niet in stand kan laten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting en beslissing op het aanhoudingsverzoek.