ECLI:NL:HR:2009:BI6157
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing OZB gebruikersbelasting bij gebruik gehele onroerende zaak in delen
Belanghebbende was op 1 januari 2001 krachtens recht van opstal genothebbende van een onroerende zaak, bestaande uit een hangar verdeeld in drie hallen die afzonderlijk verhuurd waren. De gemeente Rotterdam legde een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) op wegens gebruik van deze zaak. Na bezwaar handhaafde de directeur Gemeentebelastingen de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag.
De Hoge Raad behandelde in cassatie de vraag of belanghebbende de onroerende zaak gebruikte in de zin van artikel 1 lid 1 van Pro de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2001 van Rotterdam. Het Hof had dit bevestigd, en de Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke tekst en de parlementaire geschiedenis van artikel 220b lid 1 aanhef en letter b van de Gemeentewet (2001) duidelijk maken dat de gebruikersbelasting ook verschuldigd is wanneer de gehele onroerende zaak in delen in gebruik is gegeven.
Het middel dat een andere uitleg voorstelde, faalde. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.