ECLI:NL:HR:2009:BI6291

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12749
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering schadevergoeding en toewijzing boetebetaling in geschil over verkoop appartementen

In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de verkoop van appartementen waarbij Eurovast 2000 B.V. (Eurovast c.s.) een vordering instelde tegen eiser en anderen tot betaling van een bedrag van €69.540 wegens verbeurde boetes. Eiser bestreed deze vordering en vorderde in reconventie schadevergoeding wegens wanprestatie of subsidiair onrechtmatig handelen van Eurovast c.s.

De rechtbank Rotterdam wees de vordering van Eurovast c.s. toe en wees de schadevordering van eiser af. Eiser en een andere partij gingen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde en een van de appellanten niet-ontvankelijk verklaarde.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil werden begroot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis en arrest die de boetevordering toewijzen en de schadevordering afwijzen.

Uitspraak

11 september 2009
Eerste Kamer
07/12749
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. EUROVAST 2000 B.V.,
gevestigd te Lekkerkerk, gemeente Nederlek,
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Eurovast c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eurovast c.s. hebben bij exploten van 22 en 23 april 2003 [eiser] en drie andere personen (hierna: [eiser] c.s.) gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. te veroordelen om aan Eurovast c.s. te betalen een bedrag van € 69.540,-- wegens verbeurde boetes, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, Eurovast c.s. te veroordelen om aan [eiser] de schade te vergoeden die [eiser] heeft geleden ten gevolge van de wanprestatie subsidiair onrechtmatig handelen van Eurovast c.s., op te maken bij staat.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 februari 2004 in conventie de vordering van Eurovast c.s. toegewezen en in reconventie de vordering van [eiser] c.s afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] en één van de andere personen, te weten [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 16 mei 2007 heeft het hof [betrokkene 1] niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en het vonnis van de rechtbank, voor zover tussen [eiser] en Eurovast c.s. gewezen, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Eurovast c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft op 12 juni 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eurovast c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.