ECLI:NL:HR:2009:BI6717
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 8 september 2009 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 februari 2007.
De advocaat-generaal concludeerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden. De Hoge Raad bevestigde deze constatering, maar oordeelde dat gezien de aard en duur van de opgelegde straf (vijf maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar) geen aanleiding bestond om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.
De middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter, samen met twee raadsheren, en de waarnemend griffier was daarbij aanwezig.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen voor de straf.