ECLI:NL:PHR:2009:BI6717
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen valsheid in geschrift bij verblijfsvergunningaanvragen
In deze zaak is verdachte samen met anderen veroordeeld voor het valselijk opmaken en gebruiken van aanvraagformulieren (model M35A) voor verblijfsvergunningen in de periode van oktober 2001 tot januari 2004 in Den Haag. Op de formulieren werden onjuiste woonadressen ingevuld die niet overeenkwamen met de feitelijke verblijfplaatsen van de aanvragers.
Het hof oordeelde dat het begrip 'adres' op de formulieren moet worden uitgelegd als woon- of verblijfplaats en niet als postadres of domicilie. Verdachte en zijn mededaders vulden bewust valse adressen in om de aanvragen door de Vreemdelingendienst te laten behandelen, ook al waren medewerkers van de balie op de hoogte van de onjuistheden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het oogmerk bestond om de valse geschriften als echt te gebruiken en dat het gebruik van het VAS-systeem door medewerkers van de Vreemdelingendienst misleiding mogelijk maakte. Het cassatieberoep werd verworpen, maar de redelijke termijn was overschreden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens medeplegen van valsheid in geschrift.