ECLI:NL:HR:2009:BI7011
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verkennend onderzoek onder art. 126gg Sv en gevolgen voor strafoplegging
In deze zaak stond de vraag centraal of het door de politie verrichte inventariserend onderzoek naar een restaurant kwalificeerde als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Wetboek van Strafvordering. De verdediging stelde dat dit onderzoek zonder het vereiste bevel van de officier van justitie was uitgevoerd, wat een vormverzuim zou opleveren en tot strafvermindering zou moeten leiden.
Het Hof concludeerde echter dat het onderzoek niet viel onder de definitie van een verkennend onderzoek zoals bedoeld in artikel 126gg Sv, omdat het voornamelijk bestond uit het inventariseren van beschikbare gegevens zonder toepassing van opsporingsbevoegdheden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel als juist en begrijpelijk, gelet op de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de wettelijke bepaling.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf noodzakelijk was. De taakstraf werd verminderd van 160 naar 152 uren en de vervangende hechtenis van 80 naar 76 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het begrip verkennend onderzoek onder art. 126gg Sv en benadrukt het belang van het bevel van de officier van justitie voor dergelijk onderzoek. Tevens onderstreept het arrest de toepassing van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen sprake is van verkennend onderzoek onder art. 126gg Sv en vermindert ambtshalve de taakstraf wegens termijnoverschrijding.