ECLI:NL:PHR:2009:BI7011
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verkennend onderzoek en vormverzuim in strafzaak over illegale tewerkstelling
In deze zaak stond centraal of het door de politie en arbeidsinspectie verrichte inventariserend onderzoek naar illegale tewerkstelling bij het Oriëntaals Japans Restaurant '[A]' te [plaats] kwalificeerde als een verkennend onderzoek zoals bedoeld in artikel 126gg van het Wetboek van Strafvordering. Het hof had geoordeeld dat dit niet het geval was, omdat het onderzoek zich beperkte tot het verzamelen van reeds beschikbare gegevens bij opsporingsinstanties en niet aan de formele vereisten van art. 126gg Sv voldeed.
De verdediging voerde aan dat er sprake was van een vormverzuim omdat het bevel van de officier van justitie ontbrak, hetgeen volgens haar tot strafvermindering zou moeten leiden. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het onderzoek niet als verkennend onderzoek kon worden aangemerkt, mede omdat het zich niet richtte op een gehele sector maar op een specifieke onderneming en geen nieuwe gegevens uit open bronnen werden gecombineerd met politieregisters.
De Hoge Raad liet de vraag of sprake was van een vormverzuim in formele zin rusten, maar wees op de overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde werkstraf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het begrip verkennend onderzoek en benadrukt het belang van wettelijke basis voor privacy-inbreuken in strafrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, maar de opgelegde werkstraf wordt ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.