ECLI:NL:HR:2009:BI8140

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04243 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in zaak overtreding Wegenverkeerswet

In deze zaak heeft het Gerechtshof te Arnhem de aanvrager in hoger beroep veroordeeld voor drie overtredingen van artikel 9, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De opgelegde straf bestond uit een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden.

De aanvrager heeft vervolgens een verzoek tot herziening ingediend bij de Hoge Raad, stellende dat er nieuwe feiten waren die niet tijdens het oorspronkelijke onderzoek aan de orde waren gekomen en die mogelijk tot een andere uitkomst hadden kunnen leiden. De Hoge Raad heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 457 Sv Pro, waarin is bepaald dat herziening slechts mogelijk is bij nieuwe feiten die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf had kunnen leiden.

De Hoge Raad verwijst naar een eerdere beslissing waarin een soortgelijk verzoek reeds niet-ontvankelijk werd verklaard en stelt dat de huidige aanvrage geen nieuwe feiten bevat die aan de criteria voldoen. Daarom is er geen aanleiding voor een mondelinge behandeling en wordt het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verzoek tot herziening van het arrest wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

16 juni 2009
Strafkamer
nr. 08/04243 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 2 december 2003, nummer 21/002849-02, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle van 7 oktober 2002 - de aanvrager ter zake van 1, 2 en 3, telkens opleverend "overtreding van artikel 9, zesde lid, Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met voor de feiten 1, 2 en 3 telkens de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Op 26 november 2008 is een aanvullend schrijven van de aanvrager bij de Hoge Raad binnengekomen.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Bij arrest van de Hoge Raad van 30 september 2008, nr. 07/12830 H, is een eerdere aanvrage tot herziening van het arrest van het Gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij reeds daarom niet worden ontvangen. Voor het overige behelst het in de aanvrage en in het aanvullend schrijven gestelde niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. Voor een mondelinge toelichting van de aanvrage, zoals verzocht, is derhalve geen plaats.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 16 juni 2009.