ECLI:NL:HR:2009:BI8402

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13309
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen politie

Eiseres heeft de Politieregio gedagvaard voor een schadevergoeding van €25.000 wegens onrechtmatig handelen door politieambtenaren in verband met haar aanhouding en het daaropvolgende opsporingsonderzoek. De rechtbank Arnhem wees de vordering af na een comparitie van partijen. Eiseres stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, waarbij zij haar eis verhoogde tot €52.044,38. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank na een comparitie en tussenarrest.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie, begroot op €1.631,34 aan verschotten en €2.200 aan salaris. Hiermee kwam een einde aan de procedure, waarbij de eerdere afwijzingen van de schadevordering ongewijzigd bleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de eerdere afwijzing van haar schadevordering bevestigd.

Uitspraak

11 september 2009
Eerste Kamer
07/13309
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon POLITIEREGIO 07 GELDERLAND MIDDEN,
zetelende te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Politieregio.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 8 oktober 2004 de Politieregio gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, de Politieregio te veroordelen om ten titel van schadevergoeding aan [eiseres] te betalen een geldbedrag van € 25.000,--, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag.
De Politieregio heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 12 oktober 2005 de vordering van [eiseres] afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem en daarbij haar eis vermeerderd tot een bedrag van in totaal € 52.044,38.
Na bij tussenarrest van 18 april 2006 een comparitie van partijen te hebben gelast, heeft het hof bij eindarrest van 24 juli 2007 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Politieregio heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Politieregio mede door mr. M.E.M.G. Peletier, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping, met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Politieregio begroot op € 1.631,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.