ECLI:NL:HR:2009:BI8540

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00962
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep na overschrijding redelijke termijn bij taakstraf

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van veertig uur. Het cassatieberoep richtte zich op de afwijzing van het verzoek tot het oproepen van getuigen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de lichte aard van de opgelegde taakstraf en de mate van overschrijding, verbindt de Hoge Raad hieraan geen rechtsgevolgen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn bij een taakstraf van veertig uur.

Uitspraak

13 oktober 2009
Strafkamer
Nr. 08/00962
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 augustus 2007, nummer 22/001456-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.G. Groen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van veertig uren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 13 oktober 2009.