ECLI:NL:PHR:2009:BI8540
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oproeping getuigen wegens te late indiening en onvoldoende motivering
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen goederen en een werkstraf opgelegd. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met als middel de klacht dat het hof ten onrechte het verzoek tot het horen van drie getuigen had afgewezen.
De raadsman van verdachte diende het verzoek tot oproeping van getuigen pas ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen na het instellen van hoger beroep in. De Advocaat-Generaal en het hof wezen dit verzoek af op grond van het noodzakelijkheidscriterium, omdat de verdediging onvoldoende had toegelicht waarom deze getuigen moesten worden gehoord en het hof zich voldoende voorgelicht achtte door de verklaring van een andere aanwezige getuige.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast en dat het ontbreken van een concrete onderbouwing door de verdediging de afwijzing rechtvaardigt. Ook het feit dat het hof de verklaring van de aanwezige getuige deels niet geloofde, doet niet af aan de motivering van de afwijzing. Het middel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot het horen van getuigen terecht afgewezen wegens te late indiening en onvoldoende motivering.