ECLI:NL:HR:2009:BI9628

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03611
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging kinderalimentatie en bijdrage onderhoudskosten verzorging en opvoeding minderjarige kinderen

De man heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot wijziging van de door hem te betalen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie minderjarige dochters, primair op nihil te stellen met ingang van 30 september 2005, subsidiair naar rato van de draagkracht van de drie onderhoudsplichtige (stief)ouders. De vrouw heeft dit verzoek bestreden.

De rechtbank wees het verzoek af, waarna de man hoger beroep instelde bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek eveneens af.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De vrouw diende geen verweerschrift in. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

25 september 2009
Eerste kamer
nr. 08/03611
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijk instanties
Met een op 12 oktober 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en, na aanvulling van zijn verzoekschrift, verzocht, de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 24 juni 2004 te wijzigen, en primair de door hem te betalen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie dochters met ingang van 30 september 2005 op nihil te stellen, althans op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vermoge te behage. Subsidiair heeft de man verzocht te bepalen dat de hoogte van de bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie dochters naar rato van de draagkracht van de drie onderhoudsplichtige (stief)ouders met ingang van 30 september 2005 gewijzigd wordt.
De vrouw heeft de verzoeken van de man bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 5 maart 2007 het primaire en subsidiaire verzoek van de man afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 5 maart 2007 heeft het hof, in het principaal en in het incidenteel appel, de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van de man heeft bij brief van 7 juli 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.