ECLI:NL:HR:2009:BI9829

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01115
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid notaris wegens ontbreken volmacht voor verkoop onroerend goed

De erven dagvaardden [eiser] wegens onrechtmatige daad en toerekenbare tekortkoming in zijn verplichtingen als notaris, omdat hij zonder geldige volmacht van een erfgenaam een boerderij aan een derde verkocht. De rechtbank Leeuwarden stelde vast dat [eiser] onrechtmatig handelde en aansprakelijk was voor de schade van de erven.

Na een tussenvonnis dat [eiser] toestond bewijs te leveren van een volmacht of instemming door de erfgenaam, oordeelde de rechtbank dat dit niet was aangetoond. Het hof Leeuwarden bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep. [Eiser] stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad veroordeelde [eiser] tevens in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de notaris wordt verworpen en hij wordt aansprakelijk gehouden voor de schade aan de erven.

Uitspraak

9 oktober 2009
Eerste Kamer
08/01115
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de verweerders in cassatie als [verweerder 1], [verweerder 2] en [verweerster 3] en gezamenlijk als de erven.
1. Het geding in feitelijke instanties
De erven hebben bij exploot van 4 februari 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd;
- te verklaren voor recht dat [eiser] jegens de erven onrechtmatig heeft gehandeld, althans toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen,
- te verklaren voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor alle schade die de erven hebben geleden en nog zullen lijden,
- [eiser] te veroordelen tot betaling van al datgene waartoe de erven in de procedure tussen hen en [betrokkene 1] zijn en nog zullen worden veroordeeld, althans de schade nader op te maken bij staat.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 11 juni 2003 heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 3 maart 2004 [eiser] toegelaten tot bewijslevering dat [verweerder 1] aan [eiser] een volmacht heeft verstrekt tot het ter verkoop aanbieden van de boerderij aan [betrokkene 1] dan wel dat [verweerder 1] heeft ingestemd met het aanbod tot verkoop van de boerderij aan [betrokkene 1].
De rechtbank heeft, na getuigen te hebben gehoord, bij eindvonnis van 16 maart 2005 voor recht verklaard dat [eiser] onrechtmatig jegens de erven gehandeld heeft en dientengevolge aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door de erven geleden en nog te lijden schade en [eiser] veroordeeld tot voldoening van schadevergoeding, nader op te maken bij staat.
Tegen de vonnissen van 3 maart 2004 en 16 maart 2005 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 5 december 2007 heeft het hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De erven hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. L.C. Dufour, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.