ECLI:NL:HR:2009:BJ0636

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13574
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:753 lid 2 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling prijsaanpassing aanneming van werk bij onjuiste gegevens opdrachtgever

Eiseres heeft [verweerster] gedagvaard en gevorderd tot betaling van een bedrag van €146.326,18 wegens prijsaanpassing op grond van artikel 7:753 lid 2 BW Pro, stellende dat zij onjuiste gegevens van de opdrachtgever had ontvangen.

De rechtbank Zwolle-Lelystad wees de vordering af, welke beslissing werd bekrachtigd door het gerechtshof Arnhem. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, van Schendel en raadsheer Bakels op 2 oktober 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot prijsaanpassing wordt afgewezen.

Uitspraak

2 oktober 2009
Eerste Kamer
07/13574
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenk, thans mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
[Verweerster], tevens handelende onder de naam [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 19 september 2005 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en gevorderd, kort gezegd, [verweerster] te bevelen en te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 146.326,18, met rente en kosten.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 19 juli 2006 de vordering van [eiseres] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 11 september 2007 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door mr. F. Damsteegt-Molier, advocaat te Amsterdam. Voor [verweerster] is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
Bij brief van 10 juli 2009 heeft mr. M.J. Schenck, advocaat te Amsterdam, namens [eiseres] op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 4.461,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 2 oktober 2009.