ECLI:NL:HR:2009:BJ1255
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsbijdrage en hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen in familierechtelijke procedure
De vader verzocht bij de rechtbank Haarlem om de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van zijn minderjarige kind op nihil of een lager bedrag vast te stellen. De moeder vorderde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij haar zou worden vastgesteld en een omgangsregeling zou worden vastgesteld. De rechtbank stelde de bijdrage vast op €439,11 per maand voor één kind en wees de verzoeken van de moeder af.
De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en het hoofdverblijf van het tweede kind bij de moeder vaststelde, een omgangsregeling bepaalde en de bijdrage van de vader vaststelde op €352,50 per kind per maand. De vader stelde hiertegen beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De uitspraak bevestigt de ruimte voor eisvermeerdering in appel en de beoordeling van hoofdverblijfplaats en onderhoudsbijdrage door de rechterlijke instanties in familierechtelijke procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof Amsterdam.