ECLI:NL:HR:2009:BJ1432
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling inbraak na onregelmatigheden geuridentificatieproef
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Zutphen uit 1999, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor meerdere inbraken in auto's. De aanvraag was gebaseerd op nieuwe feiten omtrent de onregelmatige uitvoering van geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006.
De Hoge Raad oordeelde dat de geuridentificatieproeven in die periode, waaronder die in de zaak van de aanvrager, vermoedelijk in strijd waren met het protocol waarbij de hondengeleider de volgorde van geurdragers kende. Dit maakte het resultaat van de proeven onbetrouwbaar. Omdat de Politierechter het bewijs van de geurproef zwaar liet wegen, zou zonder dit bewijs de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zijn.
Op grond hiervan is voldaan aan de voorwaarden voor herziening van het vonnis volgens artikel 457 Sv Pro. De Hoge Raad verklaarde de aanvraag gegrond, schortte indien nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De zaak betreft inbraken in meerdere voertuigen geparkeerd aan de Synagogestraat te Doetinchem in april 1999. De Hoge Raad benadrukte dat een minder zware strafbepaling in dit kader alleen betrekking heeft op een strafbepaling die een lichtere straf bedreigt, niet op een lichtere sanctie opgelegd door de rechter.
De uitspraak bevestigt het belang van betrouwbare bewijsvoering en de mogelijkheid tot herziening bij ernstige twijfel aan de betrouwbaarheid van cruciaal bewijs.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.