ECLI:NL:HR:2009:BJ1755
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in opiumwetzaak
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de politierechter te Haarlem van 19 maart 2008, waarbij de aanvrager werd veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder B, van de Opiumwet. De aanvrager stelde dat sprake was van een persoonsverwisseling, hetgeen een omstandigheid is die herziening rechtvaardigt volgens artikel 457, eerste lid, onder 2°, Sv.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de herzieningsaanvraag gegrond moest worden verklaard en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis, voor zover nodig, geschorst moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de aanvraag gegrond. Tevens werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing conform artikel 467, eerste lid, Sv.
De Hoge Raad wees het arrest op 7 juli 2009 en bestond uit vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink. De herziening is gebaseerd op de vaststelling dat de oorspronkelijke veroordeling berustte op een persoonsverwisseling, waardoor het vonnis niet gehandhaafd kon blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.