ECLI:NL:HR:2009:BJ2768
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering van bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een verstekvonnis van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €15.000.
De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er zijn geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling die nadere motivering vereisen.
Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van het te betalen bedrag tot €14.250.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag en wijzigt dit in het genoemde lagere bedrag. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en is uitgesproken op 29 september 2009.
Uitkomst: Het bedrag van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot €14.250 wegens overschrijding van de redelijke termijn.