ECLI:NL:HR:2009:BJ3717
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in drugshandelzaak
In deze zaak stond de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene centraal, die was veroordeeld voor handel in verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie. Het hof had het voordeel vastgesteld op basis van een financieel verslag en de rol van betrokkene binnen de organisatie, waarbij hij als 'probleemoplosser' en een van de meest gewelddadige leden werd gezien.
Het hof volgde de berekening van de officier van justitie en stelde het voordeel vast op €6.937,53, ondanks dat in de berekening een bedrag van €7.500 was genoemd, wat berustte op een rekenfout. De Hoge Raad oordeelde dat deze uitleg niet onbegrijpelijk was en dat de schatting toereikend was gemotiveerd.
Het cassatiemiddel dat zich richtte tegen deze schatting werd verworpen, waarmee de Hoge Raad de beslissing van het hof bevestigde. Betrokkene werd verplicht het geschatte bedrag aan de Staat te betalen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel en bevestigt dat een rekenfout in de onderliggende berekening niet automatisch tot vernietiging leidt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op €6.937,53 en verwerpt het cassatieberoep.