ECLI:NL:PHR:2009:BJ3717
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering van de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel bij profijtontneming
In deze zaak stond de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, dat de veroordeelde moest ontnemen aan de Staat. Het hof had het bedrag vastgesteld op €6.937,53, gebaseerd op een percentage van 10% van het totale voordeel van de criminele organisatie gedurende de drie maanden dat de veroordeelde intensief betrokken was. Deze berekening volgde de berekening van de officier van justitie, hoewel in diens conclusie een bedrag van €7.500 werd genoemd, dat berustte op een rekenfout.
Het hof motiveerde zijn schatting door te wijzen op de rol van de veroordeelde als een belangrijke spil binnen de organisatie, bekend als 'probleemoplosser' en een van de meest gewelddadige leden met toegang tot de handelsvoorraad. Het hof achtte het aannemelijk dat de diensten van de veroordeelde hem een bepaald percentage van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel opleverden.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van het hof over de berekening niet onbegrijpelijk was en dat de schatting van het voordeel toereikend gemotiveerd was. De Hoge Raad verwierp het middel dat klaagde over de rekenfout en bevestigde daarmee het vonnis van het hof.
De zaak benadrukt het belang van een duidelijke en onderbouwde motivering bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en bevestigt dat een schatting, mits goed gemotiveerd, toereikend kan zijn voor profijtontneming.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €6.937,53 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.