ECLI:NL:HR:2009:BJ5039
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst douanerechtzaak terug naar inspecteur voor Europese Commissie beoordeling
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed op 13 augustus 1997 aangifte voor het vrije verkeer van ruwe rietsuiker met toepassing van een preferentieel tarief op basis van certificaten EUR.1 afkomstig van de Nederlandse Antillen. Na een onderzoek op Curaçao stelde de Inspectie der Invoerrechten & Accijnzen vast dat de certificaten onterecht waren afgegeven. De inspecteur stelde daarop een uitnodiging tot betaling van douanerechten vast, die door belanghebbende werd bestreden.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitnodiging tot betaling en de uitspraak van de inspecteur. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de onjuiste certificaten een vergissing van de douaneautoriteiten betrof die belanghebbende niet kon ontdekken, zodat aan de voorwaarden van artikel 220, lid 2, aanhef en letter b, CDW was voldaan en navordering achterwege had moeten blijven.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet heeft toegezien op een uniforme toepassing van het gemeenschapsrecht door de zaak niet aan de Europese Commissie voor te leggen conform artikel 871 van Pro de Uitvoeringsverordening CDW. Omdat het hof zich aansloot bij het standpunt van de inspecteur, kon het geen zelfstandig oordeel vormen over de navordering. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de uitnodiging tot betaling vernietigde en verwijst de zaak terug naar de inspecteur om opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van de juiste procedure.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en spreekt het arrest uit op 14 augustus 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar de inspecteur voor hernieuwde beslissing met inachtneming van de Europese Commissieprocedure.