ECLI:NL:GHAMS:2007:BB5012
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navordering douanerechten wegens onjuiste EUR.1-certificaten en toepassing artikel 220 CDW
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde beroep aan tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten wegens onjuiste oorsprongsverklaringen op EUR.1-certificaten die waren afgegeven door de douane op de Nederlandse Antillen. Het geschil betrof de vraag of op grond van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek (CDW) navordering van rechten achterwege moest blijven.
De Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende te goeder trouw had gehandeld en aan alle voorschriften inzake douaneaangifte had voldaan. Uit het onderzoek van OLAF en de correspondentie bleek dat de onjuiste certificaten het gevolg waren van een vergissing van de douaneautoriteiten van de Nederlandse Antillen, die belanghebbende niet kon ontdekken. De inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd dat de exporteur onjuiste feiten had verstrekt.
De Douanekamer verwierp het standpunt van de inspecteur dat de zaak naar hem moest worden terugverwezen om aan de Europese Commissie te worden voorgelegd. De nationale rechter is bevoegd te oordelen dat aan de voorwaarden van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, CDW is voldaan en dat navordering achterwege moet blijven. De bestreden uitspraak en de uitnodiging tot betaling werden vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wordt vernietigd omdat belanghebbende te goeder trouw handelde en navordering op grond van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, CDW achterwege moet blijven.