ECLI:NL:HR:2009:BJ5403
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verdeling van opgebouwde pensioenrechten tussen echtgenoten
De vrouw heeft de man gedagvaard met de vordering dat hij een tijdsevenredig deel van zijn opgebouwde pensioenrechten aan haar zou afdragen. De rechtbank wees deze vordering af, wat door het gerechtshof werd bekrachtigd. De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vrouw verworpen. De klachten die de vrouw in cassatie aanvoerde, konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De vrouw werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de man op nihil werden begroot. Hiermee is het oordeel van het hof definitief bevestigd en blijft de afwijzing van de vordering tot pensioenverdeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en haar vordering tot pensioenverdeling afgewezen.