ECLI:NL:HR:2009:BJ7007
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontzegging omgangsrecht en eenhoofdig gezag aan moeder bij echtscheiding
De vrouw verzocht bij de rechtbank Rotterdam om echtscheiding en eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen toe te wijzen aan haar. De man reageerde niet binnen de termijn, waarna de rechtbank de echtscheiding uitsprak en het gezag aan de vrouw toekende.
De man ging in hoger beroep bij het hof te 's-Gravenhage en verzocht primair vernietiging van de beschikking en subsidiair vaststelling van een omgangsregeling met de kinderen. Het hof vroeg de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek en advies over gezag en omgang.
Het hof bekrachtigde het eenhoofdig gezag aan de vrouw en wees het verzoek van de man tot omgang af, waarbij het omgangsrecht met de dochter voor onbepaalde tijd werd ontzegd en met de zoon voor drie jaar. De man stelde hiertegen beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep van de man af. De beslissing bevestigt het hofbesluit en handhaaft het eenhoofdig gezag bij de moeder en de ontzegging van het omgangsrecht aan de vader.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het eenhoofdig gezag aan de moeder en de ontzegging van het omgangsrecht aan de vader.